Karakterveranderingen
Een karakter is de combinatie van innerlijke eigenschappen die een mens zijn persoonlijkheid geeft. Sociale en culturele invloeden uit de omgeving en opvoeding hebben hierop een grote invloed. Maar aangenomen wordt ook dat een karakter deels vastligt in erfelijke eigenschappen.
Als iemand ouder wordt, kunnen er karakterveranderingen optreden. Dit is normaal. Door ‘ouderdomsvergeetachtigheid’ en andere beperkingen op lichamelijk en geestelijk gebied worden mensen vaak wat minder flexibel. Zij hechten meer aan vaste tijden, laten gewoontes minder gemakkelijk los en hun ideeën zijn minder te beïnvloeden.
Bij ingrijpender karakterveranderingen is de oorzaak vaak een ziekte, zoals de ziekte van Parkinson, dementie (zie: Dementie), een hersenbloeding of andere aandoening. Dergelijke karakterveranderingen gaan vaak samen met geheugenverlies, depressief gedrag en stemmingswisselingen.
Oorzaken:
- Niet alleen lichamelijk, maar ook mentaal treedt veroudering op. Door veroudering van het brein vertraagt de reactie en neemt het cognitief functioneren af (het leren, probleemoplossend vermogen en geheugen);
- Verminderde interesse in het nieuws en de directe omgeving is een normaal proces. De leefwereld wordt beperkter, al geldt dit uiteraard niet voor alle ouderen;
- Door een hersenbloeding of -infarct kunnen ouderen erg veranderen in doen en laten. Naast de lichamelijke impact vallen ook veranderingen in het geheugen op. Informatie wordt moeilijker onthouden of opgediept. Ook gedrag kan veranderen naar impulsief reageren, snel boos worden of juist erg onverschillig en het niet goed meer kunnen inschatten van eigen mogelijkheden;
- Bij de ziekte van Parkinson kunnen ook karakterveranderingen optreden als minder interesse in de omgeving en heftige boosheid;
- Bij dementie treedt vaak karakterverandering op.
Omgaan met karakterverandering:
- Bespreek wat samen goed te doen is: bijvoorbeeld praten, naar muziek luisteren en activiteiten ondernemen;
- Houding, mimiek, en hoe ‘iemands ogen staan’, verraden vaak veel van zijn stemming. Het zijn mooie aanwijzingen voor de benadering van de ander: rustig en afwachtend of juist kordaat en initiatiefrijk;
- Probeer bij boosheid rustig en geduldig te blijven; probeer deze te temperen, praat met lage stem. Voorkom escalaties. Ga desnoods een blokje om, zodat confrontatie wordt vermeden of maak het contact niet te lang;
- Het kan verdrietig zijn te merken dat er een karakterverandering bij partner, vader of moeder plaatsvindt. Dit is vaak moeilijk te delen met ‘zomaar’ anderen, omdat zij deze problematiek niet herkennen. Met lotgenoten gaat dit beter. Op websites en bij patiëntenverenigingen vindt u lotgenotengroepen of -contacten (Zie pagina 310);
- Niet aangeboren hersenafwijkingen door bijvoorbeeld een hersenbloeding kunnen enorme gevolgen hebben. Vraag hulp en advies aan de huisarts, revalidatiearts of neuroloog.
Externe hulp:
particuliere thuiszorg is een goede mogelijkheid uw ouder te begeleiden in de thuissituatie.


