Depressie

Depressie is een psychiatrische aandoening die verdergaat dan ‘even in een dalletje zitten’. Depressie kent een allesoverheersende somberheid. Eén op de vier mensen in Nederland is op enig moment depressief. De aandoening kan terugkomen of lang duren, maar gaat bijna altijd over. Gerichte behandeling kan de duur van een depressie aanzienlijk beperken en onnodig lijden voorkómen.

Kenmerken:

  • Somberheid;
  • Nergens meer zin in hebben, ook niet in dingen die iemand normaal gesproken wel leuk vindt;
  • Alles grauw en somber inzien: sommigen ervaren zelfs fletsere kleuren en doffere klanken;
  • Nergens meer toe kunnen komen of met de grootste moeite;
  • Gebrek aan zelfvertrouwen;
  • Angst voor het onbekende, innerlijke onrust;
  • Overgevoelig en prikkelbaar;
  • Geen toekomstperspectief meer zien;
  • Het hebben van gedachten aan de dood, of ideeën over zelfmoord;
  • Gebrekkige zelfzorg en zorg voor de omgeving;
  • Het uiten van min of meer vage lichamelijke klachten;
  • Verminderde of juist toegenomen eetlust (vreetbuien);
  • Een verstoord slaappatroon: mensen vallen moeilijk in slaap of worden juist veel te vroeg wakker;
  • Geen behoefte meer hebben aan intimiteit en seks;

De eerste vijf kenmerken komen bij een depressie altijd voor. Wanneer de laatste drie kenmerken ook optreden, spreken we van een vitale depressie: eten, slapen en behoefte aan intimiteit en seks zijn noodzakelijke levensbehoeften.

Oorzaken:

Een depressie kan er ineens zijn, deze is meestal ernstig van aard. Zij kan ook seizoensgebonden zijn: met het vallen van de blaadjes, of juist in de lente wanneer alles uitbot. Bij genoemde vormen kan de hormoonhuishouding uit balans zijn. Antidepressiva helpen dit evenwicht weer te herstellen. Depressies kunnen ook ontstaan door een verlieservaring of nare gebeurtenissen. Omdat ouderen verhoudingsgewijs meer met verlies te maken hebben, lopen zij grotere kans om depressief te raken. Vaak zijn deze ‘ouderdomsdepressies’ wat milder van aard. Depressies treden vaak op bij dementie, na een herseninfarct, door sommige medicijnen of bij lichamelijke ziektes.

Gevolgen:

Wanneer iemand depressief is, trekt dat een wissel op de omgeving. Een depressieve ouder of partner verzorgen en ondersteunen is zwaar. Schakel altijd hulp in via de huisarts, of eventueel bij de GGZ of een psychiatrisch ziekenhuis. Zeker omdat een depressie in 70 procent van de gevallen is te verkorten met medicatie en ondersteunende gesprekken.

Omgaan met een depressie:

  • Probeer bij (vermoeden van) een depressie uw ouder te motiveren tot het zoeken van hulp, eerst bij de huisarts;
  • Leg hem uit dat een depressie meestal te behandelen is: met medicijnen, ondersteunende gesprekken (psychotherapie), lichttherapie (bij seizoensgebonden depressies) en andere therapieën;
  • Vertel dat een depressie altijd overgaat, maar dat hulp het herstel kan bespoedigen;
  • Als uw ouder niet wil, maar de situatie toch heel ernstig is (bij zelfverwaarlozing, niet eten/drinken of zelfmoordgedachten) schakel dan de huisarts in, die kan verdere maatregelen treffen;
  • Probeer uw ouder af te leiden door te gaan dóen: dit kan tot actie aanzetten;
  • Bewegen, zingen en onder mensen verkeren, blijken goede hulpmiddelen voor genezing;
  • Laat uw ouder praten of huilen. Dat helpt. Luisteren en ‘er zijn’ is al voldoende;
  • Ook als uw ouder slecht slaapt, is het toch belangrijk om een ‘normaal’ dag/nachtritme aan te houden.

Externe hulp:

particuliere zorg is een goede mogelijkheid uw ouder te begeleiden in de thuissituatie.

Meer informatie:

depressie.pagina.nl

Terug naar boven