Dementie

Dementie is een verzamelnaam voor een aantal stoornissen, waarbij door verschillende oorzaken de hersenen achteruitgaan. Dit zorgt ervoor dat het geheugen, het vermogen tot redeneren en situaties beoordelen, te plannen en te organiseren achteruit gaan en uiteindelijk verloren raken. Letterlijk betekent dementie: ‘van de geest af’. Iemand verliest dan het weet hebben van de omgeving en zichzelf. Het is een onomkeerbaar proces: tot nu toe bestaat er geen behandeling die dit ongedaan kan maken, of het proces tot stilstand kan brengen. Dementie komt bij uitzondering voor op jongere leeftijd. Het is vooral een ouderdomsziekte van na het vijfenzestigste levensjaar. Ongeveer vijf procent van de mensen boven de zestig krijgt hiermee te maken. Hoe ouder iemand wordt, hoe groter de kans. Boven de tachtig jaar heeft één op de vier ouderen een dementieel syndroom, boven de negentig komt het bij de helft van alle mensen voor.

Oorzaken:

De bekendste vorm van dementie is de ziekte van Alzheimer. Daarnaast komen voor: vasculaire of multiinfarct dementie, Lewy-body-dementie en dementie bij de ziekte van Parkinson (ongeveer 50 procent van de Parkinson-patiënten gaat dementeren), door chronisch alcoholisme, bij AIDS en frontaalkwabdementie (FKD). Deze laatste is een verzamelnaam van dementiële syndromen, waarbij eerst de voorhoofdskwabben worden aangetast. De belangrijkste verschijnselen zijn:

Bij Alzheimer:

  • Langzame achteruitgang van de cognitieve functies, als eerste het geheugen. Iemand vertelt bijvoorbeeld hetzelfde verhaal opnieuw in zeer korte tijd. Of hij weet niet meer dat er net nog bezoek was en onthoudt namen van naasten steeds moeilijker. Deze vergeetachtigheid gaat – anders dan bij ouderdomsvergeetachtigheid – aanvankelijk om nieuwe, recente informatie. Wat in het geheugen is verankerd, blijft het langst bestaan. Maar op den duur verdwijnt ook deze;
  • Door dit geheugenverlies raken ouderen ook dicht bij huis vaker de weg kwijt. Ze dwalen tot ze worden thuisgebracht door buurtbewoners, of worden ergens volkomen ontredderd en verkleumd aangetroffen;
  • Op een geven moment herkent een Alzheimerpatiënt zijn naasten niet meer: familieleden worden nog wel herkend als ‘eigen’, maar de dochter wordt aangezien voor een zus, de echtgenoot als broer of vader. Voor kinderen en partners is dit vaak erg pijnlijk;
  • Eenvoudige handelingen gaan steeds moeilijker: het gasfornuis aandoen, schoenveters vastknopen, koken, enzovoorts;
  • De zorg voor de omgeving en zichzelf laten te wensen over;
  • Omdat de ziekte zo’n geleidelijk verloop kent, zijn veel ouderen zich aanvankelijk bewust van hun geestelijke aftakeling: dit is een ontluisterend proces, waardoor depressief gedrag, onrust en verhoogde irritatie kunnen ontstaan; het gevolg is intens verdriet, boosheid en/of agressief gedrag;
  • Naarmate het bewustzijn over deze aftakeling afneemt, vermindert de somberheid en onrust. De stemming en gedrag worden gelijkmatiger en vlakker;
  • Eenmaal dement hebben veel ouderen een ‘lege’, starende blik;
  • Een ander opvallend kenmerk is het weghalen van denkbeeldige pluisjes aan bijvoorbeeld kleding en tafelkleedjes;
  • Demente ouderen kunnen ook door de toegenomen (medische) zorg vaak nog jaren blijven leven, veelal in een verpleeghuis.
  • De communicatie neemt af en herkenbare karaktertrekken verdwijnen;
  • De lichamelijke weerstand neemt steeds meer af; veel demente ouderen overlijden uiteindelijk aan een infectie.

Bij vasculaire dementie:

  • In tegenstelling tot dementie door Alzheimer, kent vasculaire dementie geen geleidelijk patroon van achteruitgang. Het is meer een stapsgewijs patroon, omdat deze dementie het gevolg is van kleinere en grotere herseninfarcten in verschillende hersengebieden. Hierdoor worden niet alle cognitieve functies tegelijk aangetast;
  • Naast dementie komt ook voor: slapte in de ledematen of uitval van motorische functies;
  • Soms een afwijkend eetpatroon: te veel of juist te weinig eten;
  • Hoge bloeddruk.

Bij Lewy-body-dementie:

  • De oorzaak bij deze vorm is onbekend en ontstaat meestal tussen de zevenenvijftig en zevenenzestig jaar, iets vaker bij mannen dan bij vrouwen; Lewylichaampjes zijn ongewone eiwitopstapelingen in de hersenschors;
  • Achteruitgang in het cognitief functioneren, waardoor het sociaal functioneren ook achteruit gaat;
  • Achterdocht;
  • Soms visuele hallucinaties: patiënten zien dingen die de omgeving niet waarneemt;
  • Traagheid in beweging en in geestelijke activiteit;
  • Geheugenverlies;
  • Verwardheid;
  • Moeilijk gesprekken kunnen volgen;
  • Stijfheid en vaak vallen.

Bij de Ziekte van Pick:

  • De Ziekte van Pick is een frontaalkwabdementie. Dit tast de hersenschors aan, in het bijzonder de voorhoofdskwabben. Erfelijkheid speelt waarschijnlijk een rol: bij circa 40 procent van de patiënten komt de ziekte van Pick in de familie voor; meestal ontstaat deze tussen het veertigste en vijfenvijftigste levensjaar;
  • Opvallend is de gedragsverandering waarmee Pick begint: patiënten gaan zich ongepast gedragen, op het onbeschofte af. Ze worden onverschillig naar de omgeving, schelden, vloeken en gebruiken schuttingtaal;
  • Dwangmatig en stereotiep gedrag;
  • Decorumverlies, zoals peukjes uit de asbak pakken, eten van het bord van een tafelgenoot pakken;
  • Er morsig en onverzorgd uitzien;
  • Impulsief en ontremd gedrag, afgewisseld met apathie en verlies van initiatief;
  • Emotioneel labiel;
  • De patiënt wordt als het ware iemand anders: de persoonlijkheid verandert;
  • Pas in een later stadium achteruitgang van het geheugen en de intelligentie.

Gevolgen:

Dementeren is een zeer ingrijpend proces. In zekere zin is het een vorm van doodgaan, omdat het zelfbewustzijn en de persoonlijkheid verdwijnen. Wat overblijft is een ‘leeg lichaam’. Voor de omgeving is dit zeer in- en aangrijpend. Voor de dementerende ouder – zeker in aanvang – niet minder. Daarom gaat dementie vaak samen met depressie, onzekerheid, angst, paniek, boosheid en gevoelens van machteloosheid.

Omgaan met dementie:

  • Wanneer u twijfelt of uw ouder aan het dementeren is – vaak is het proces al even aan de gang en weet uw ouder de beperkingen eerst te verbloemen- raadpleeg dan uw huisarts en laat een dementiescreening doen;
  • Een effectieve behandeling van dementie bestaat nog niet; het blijft bij het leren omgaan met rusteloosheid, somberheid en boosheid door het bieden van structuur en rust;
  • Ga niet te diep in op verwarde uitspraken en gedrag, maar probeer eenvoudige informatie te geven: ‘Het is vandaag donderdag en we gaan nu dit en dat doen’;
  • Luister samen naar mooie muziek, lees wat voor uit de krant, bekijk foto’s, laat uw ouder iets doen wat hij altijd prettig vond of wat hem goed afgaat;
  • Soms kan de arts antidepressiva voorschrijven bij somberheid en antipsychotica bij rusteloos en/of agressief gedrag. Momenteel wordt wetenschappelijk onderzoek gedaan naar medicijnen die het proces van dementie kunnen vertragen;
  • Zoek hulp en ondersteuning bij instellingen voor thuiszorg;
  • Naast mantelzorg is thuiszorg vaak onmisbaar: bij de lichamelijke verzorging, maar ook bij het ontlasten van de naaste omgeving. Hiervoor bestaan allerlei initiatieven, bijvoorbeeld oppassen zodat partner, zoon of dochter de handen even vrij heeft; dagopvang in een verzorgings- of verpleeghuis is ook een mogelijkheid;
  • Zoek contact met lotgenoten, bijvoorbeeld in een Alzheimercafé.
  • Ondersteun de ouder die zijn of haar demente partner verzorgt.

Externe hulp: particuliere zorg is een goede mogelijkheid uw ouder te begeleiden in de thuissituatie.

Meer informatie:

Alzheimer Nederland

Postbus 2077

3800 CB  Amersfoort

Telefoon: 033 – 303 52 02

Alzheimer telefoon (24/7): 0800 – 5088

www.alzheimer-nederland.nl

dementie.pagina.nl

Terug naar boven