Delier

Delier

Een delier (delirium) is acute verwardheid, veroorzaakt door een lichamelijk probleem. Dit kan thuis optreden, maar ook in een ziekenhuis wanneer iemand is opgenomen met een gebroken heup of een infectie. Kenmerken zijn onrust, problemen met het dag- en nachtritme en mogelijk achterdocht en hallucinaties. De patiënt heeft problemen met de concentratie en oriëntatie. Hij weet niet waar hij is, herkent familie mogelijk niet en kan overgevoelig zijn voor prikkels. Uit angst kan hij vreemde reacties gaan vertonen, waardoor hij zichzelf of anderen beschadigt (verwijderen van sondes, infuus, katheter, uit bed klimmen, weglopen, agressie naar anderen). Vaak heeft de patiënt geen idee dat iets niet in orde is en wil daarom ook niet meewerken. Ze herinneren zich vaak later niet dat ze in de war zijn geweest. Delier ‘geneest’ vrijwel altijd binnen drie weken, mits de lichamelijke problemen zijn opgelost.

Oorzaken:

  • Altijd lichamelijk;
  • Infectie;
  • Medicatie (ook narcose);
  • Uitdroging;
  • Hersenbeschadiging;
  • Overmatig alcoholgebruik (Drie glazen per dag houdt een risicoverhoging in. Bij meer dan vijf glazen per dag kan de oudere bij acuut stoppen – door bijvoorbeeld ziekenhuisopname – een onthoudingsdelier krijgen). Meld bij opname dat uw ouder gewend is alcohol te drinken. Dit kan een delier helpen voorkomen. (*cognitief gaat over het waarnemen, herinneren en denken)

Vooral risico lopen:

  • Ouderen boven de 75;
  • Mensen die eerder een delier hadden;
  • Mensen met hersenproblemen door CVA, dementie, Parkinson.

Gevolgen:

  • De oudere kan zichzelf beschadigen;
  • Hij eet en drinkt onvoldoende;
  • Grotere kans op complicaties door gebrek aan medewerking van de patiënt;
  • Bij langdurige delier kans op grotere achteruitgang van het geheugen.

Omgaan met een delier:

  • Vertel wie u bent. Vraag niet ‘weet je wie ik ben?’ Uw ouder wordt angstig van dit soort controle;
  • Zeg wanneer u terug komt bij het verlaten van de kamer;
  • Demp de verlichting, laat ’s nachts een lichtje aan;
  • Handel en praat rustig, laat uw ouder zien wat u doet;
  • Maximaal twee bezoekers, aan dezelfde kant van het bed;
  • Neem bekende dingen mee die uw ouder geruststellen – de eigen handtas met spulletjes (liefst geen geld) en foto’s van familie of huisdieren;
  • Vraag of uw ouder gedurende het delier op een één of tweepersoonskamer mag liggen. Rust doet een delirante patiënt goed;
  • Ondersteun het dag/nachtritme. Als uw ouder hiertoe in staat is: Overdag uit bed en kleren aan. ’s Avonds in bed met pyjama. Anders bijvoorbeeld: Gordijnen overdag open en ’s nachts dicht;
  • Bied overdag zoveel mogelijke activiteiten aan;
  • Zorg voor een duidelijke klok en kalender;
  • Steun uw ouder bij hallucinaties, ga er niet tegenin! Voor hem zijn ze reëel (‘Ik begrijp dat u kabouters ziet. Ik zie ze niet, maar ik kan me voorstellen dat u er angstig van word’);
  • Houd regelmatig kort contact (bijvoorbeeld elk halfuur vijf minuten);
  • Om beschadiging te voorkomen, kan het zijn dat het ziekenhuis toestemming vraagt om uw ouder tegen zijn wil in banden te mogen vastleggen. De patiënt is met een delier wilsonbekwaam. U zult dus moeten beslissen wat goed is voor uw ouder. De verpleging vraagt deze toestemming, omdat er een risico is op vallen en het zomaar uittrekken van infusen of katheters. Dit gebeurd heel regelmatig omdat de patiënt niet snapt waarvoor die zaken zijn. Met fixatie valt dit te voorkomen. U kunt ook vragen of u bij uw ouder kan blijven om hem te beschermen. Dit betekend wel dat u constant moet opletten;
  • U kunt ook worden gevraagd of medicatie tegen de wil van uw ouder mag worden toegediend. Omdat uw ouder achterdochtig kan zijn, wil hij vaak geen medicijnen innemen. Om delier snel te laten herstellen is medicatie wel aan te raden;
  • U kunt vragen of u bij uw delirante ouder mag blijven slapen. De aanwezigheid van een bekende scheelt vaak veel;
  • Veel ziekenhuizen hebben tegenwoordig een delierprotocol en foldermateriaal. Vraag hierom als u vermoed dat uw ouder lijdt aan een delier. U weet hoe hij normaal functioneert. In het ziekenhuis kunnen ze denken dat uw ouder dement is. Zeg het duidelijk als u geheugen- of gedragsveranderingen ziet.

Heeft uw ouder eenmaal een delier meegemaakt, vermeld dit dan bij een volgende ziekenhuisopname. De kans op herhaling is dan groot. Met preventieve maatregelen kan het risico worden verkleind.

Externe hulp:

particuliere zorg is een goede mogelijkheid uw ouder te begeleiden in de thuissituatie.

Terug naar boven