Achterdocht

Achterdocht betekent letterlijk dat iemand dóórzoekt achter de gedachten die hij al heeft. Vaak verder dan nodig. Wanneer iemand overal iets achter zoekt, heeft hij meestal onvoldoende vertrouwen in de werkelijkheid. Een gezonde dosis achterdocht is nuttig. Het voorkomt dat een mens naïef en te goed van vertrouwen verkeerde stappen zet. Het maakt kritisch en zorgt dat je overdachte beslissingen neemt. Maar te veel achterdocht kan leiden tot problemen: iemand durft niet meer spontaan op een uitnodiging te reageren of de straat op te gaan, elk vriendelijk gebaar wordt in twijfel getrokken.

Vormen en oorzaken:

Achterdocht kan zo groot worden dat ziekelijk gedrag ontstaat. Dit gedrag komt voor bij mensen die nare ervaringen opdeden in contacten met anderen: zij leerden te wantrouwen. Anderen hebben een paranoïde persoonlijkheidsstructuur die wordt gekenmerkt door achterdocht. Als ouderen achterdochtig worden heeft dit meestal een andere oorzaak.

Achterdocht is ook één van de belangrijkste kenmerken bij mensen met een psychose. Zij zijn meestal verward en angstig en zien en horen zaken die wij niet zien en horen.Vaak hangt dit samen met gedachten als: ‘Iedereen heeft het op mij gemunt’. Achterdocht is hier het kenmerk van de psychose (Zie ook: Hallucinaties en Wanen, Delier).

Ouder wordende mensen kunnen achterdochtig raken, omdat de wereld om hen heen steeds complexer wordt. Zij kunnen niet alles meer bijhouden en begrijpen en interpreteren daardoor zaken anders dan ze zijn bedoeld. Doofheid en slechthorendheid kunnen achterdocht versterken. Dementie is (naast het delier) de belangrijkste oorzaak van achterdocht bij ouderen. Hierbij spelen ingewikkelde processen in de hersenen een rol, waarbij geheugen, aandacht, emoties en taalbegrip zodanig beschadigd raken, dat niets meer is zoals het leek. Doordat de grip op de wereld vermindert, raakt iemand achterdochtig.

Gevolgen:

Achterdocht doet mensen vereenzamen. Zij voelen zich onbegrepen, angstig, soms zelfs bespioneerd. Zij zijn het vertrouwen in hun medemens kwijt. Daarom zullen zij uit zichzelf geen hulp vragen aan naasten of hulpverleners. Juist daarom is het zo belangrijk te accepteren dat iemand niet voor achterdochtig gedrag kiest, maar het wordt door ziekte of ouderdom. Vanuit begrip kan de omgeving proberen langzaam het vertrouwen (terug) te winnen.

De gevolgen op een rij:

  • Overal iets achter zoeken leidt tot wantrouwen en angst;
  • De achterdochtige voelt zich vaak niet begrepen. Vaak snapt de omgeving inderdaad niet wat zij verkeerd doet.
  • Daarom wordt een achterdochtig iemand vaak vermeden, wat tot eenzaamheid leidt.

Omgaan met achterdocht:

  • Benoem de angstgevoelens die uw ouder heeft en toon begrip: ‘Ik begrijp dat u bang bent dat er spullen uit uw kamer worden weggenomen’;
  • Geef uw ouder de gelegenheid om zijn verhaal te doen en luister aandachtig;
  • Probeer toenadering te zoeken zonder te dichtbij te komen: vertrouwen moet gewonnen worden met kleine stapjes;
  • Een neutrale houding is het best: spreek uw ouder niet tegen maar ga ook niet mee in de achterdocht;
  • Als uw ouder wordt opgenomen in een zorgcentrum of verpleeghuis, probeer dan te achterhalen bij welk personeelslid hij zich thuis voelt en vraag deze als vertrouwenspersoon te fungeren;
  • Leid uw ouder af door samen iets te ondernemen of een praatje te maken;
  • Als uw ouder in het ziekenhuis wordt opgenomen, zorg dan voor wat vertrouwde spullen, als foto’s;
  • Raadpleeg de huisarts als uw ouder plotseling achterdochtig wordt, terwijl dit voorheen niet het geval was.

Externe hulp:

particuliere thuiszorg is een goede mogelijkheid uw ouder te begeleiden in de thuissituatie.

Terug naar boven