Ouderenzorg kan goedkoper door betere diagnose

Medisch specialisten en huisartsen verspillen jaarlijks tientallen miljoenen euro’s door onnodige behandelingen en medicijngebruik bij kwetsbare ouderen. Dat zegt Marcel Olde Rikkert, hoogleraar geriatrie aan het UMC St Radboud en betrokken bij een wetenschappelijk experiment van het Nationaal Programma Ouderenzorg.

 Zorgprofessionals hebben volgens Olde Rikkert onvoldoende oog voor meervoudige problemen van kwetsbare ouderen. Bij de diagnose richten ze zich te veel op één probleem. “Zorgprofessionals handelen nu volgens de richtlijnen van een specifiek fysiek probleem – bijvoorbeeld hartfalen – terwijl er vaak veel meer met de oudere aan de hand is. Variërend van angst, en vergeetachtigheid tot diabetes of mobiliteitstoornissen. Een ingreep kan dan heel verkeerd uitpakken. We werken nu aan heldere kwaliteitscriteria die helpen bij het maken van de juiste afweging. Zo bespaar je ouderen veel onnodige ellende en maak je geen overbodige kosten.”

Minder opnames en minder medicijnen

Jaarlijks kunnen er tientallen miljoenen euro’s worden bespaard, stelt Olde Rikkert op basis van de resultaten van een experiment in de regio Nijmegen met vierduizend kwetsbare ouderen. Daarop kan anderhalf tot twee miljoen worden bespaard. Voor heel Nederland is dat een veelvoud, aangezien er 700.000 kwetsbare ouderen zijn. De besparing bestaat uit minder verpleeghuis- en ziekenhuisopnames, minder medicatiegebruik en minder ouderen met delier.

Kwaliteitsnormen

Het Nijmeegse experiment, dat onderdeel is van het Nationaal Programma Ouderenzorg, moet leiden tot kwaliteitsnormen om kwetsbare ouderen betere zorg te kunnen bieden. Met deze criteria moeten welzijnwerkers, huisartsen en medisch specialisten de meervoudige problemen eerder herkennen zodat ze betere afwegingen kunnen maken. Olde Rikkert vertelt over een kwetsbare oudere die na haar operatie voor kanker totaal onhandelbaar was. Ze rukte haar infuus er steeds uit en gedroeg zich agressief. “De mevrouw had psychiatrische en psychologische problemen en een operatie was te veel voor haar. Als haar problemen vooraf goed waren bekeken en waren afgezet tegen het moeizame herstel- en revalidatieproces, dan was nooit voor een operatie gekozen. Die keuze vraagt wel om lef. De zorgprofessional moet niet handelen volgens de richtlijn voor kanker maar besluiten wat het beste is voor de kwetsbare oudere. Met extra hulp thuis was deze mevrouw beter afgeweest.”  

 Uit: Zorgvisie

Terug naar boven